635

Lage Landen in het Vroeg Neolithicum - Swifterbantcultuur 
(ca. 4900 - 3500 v. Chr.)

Lage Landen in het Midden Neolithicum (4200 - 2100 v. Chr.)
Van ca. 5500 tot 3500 v. Chr. werd het landschap van Flevoland gedomineerd door enkele grote rivieren, zoals de Eem, de Overijsselse Vecht en de IJssel. In het noordelijke deel van Oostelijk Flevoland, aan de monding van de Overijsselse Vecht in de buurt van het huidige Schokland in de huidige Noordooostpolder, vestigden zich  ± 4900 v. Chr. jagers en vissers op een aantal hoger gelegen rivierduinen.dekzandruggen, keileembulten en oeverwallen. Deze waren in die tijd begroeid met eik, linde, wilg, es, wilde hazelaar, wilde appel, rode kornoelje en meidoorn. Langs de waterlopen aan de voet van deze hoogten lagen brede rietgordels. Na de laatste ijstijd moeten die ooit veilige, droge en dus aantrekkelijke woonplaatsen zijn geweest in het moerassige veenlandschap. 
Behalve jagen, vissen en voedsel verzamelen bedreven deze nieuwe bewoners ook landbouw: deze mensen waren de eersten in West-Nederland die ook vee hielden en graan verbouwden.

In de jaren vijftig van de vorige (20e) eeuw werd de eerste vondst gedaan. Tussen 1962 en 1977 zijn in de buurt van Swifterbant diverse nederzettingen en twee grafvelden opgegraven, o.a. bij Barendrecht (in de Barendrechtse VINEX-locatie Carnisselande). De prehistorische vondsten werden onder de noemer "Swifterbantcultuur"geschaard. In 1984 werd bij Schokkerhaven in een bodemlaag die was afgezet tussen 4000 - 3700 v. Chr. een nederzetting gevonden. Na analyse van de gevonden vuurstenen werktuigen en aardewerkscherven kon de bewoning als Laat-Swifterbant (± 3900 - ± 3500 v. Chr.) worden bestempeld.  

Er zijn vuurstenen werktuigen gevonden, houtskoolresten en aardewerkscherven van potten met puntige of ronde bodems, bodems. Deze typische vorm is ook bekend van Deense en Noordduitse neolithische culturen uit het 5e mill. v. Chr. De aardewerk potten hadden een buikig profiel en naar buiten gebogen randen die werden versierd met gaatjes en rechthoekige indrukken. Deze cultuur kreeg de naam naar de vindplaats: Swifterbantcultuur (± 4900 - ± 3500 v. Chr.) en was daarmee vóór de Trechterbekercultuur de oudste cultuur van Noord-Nederland. 

Het gebied van de Swifterbantcultuur strekte zich uit tussen de Schelde in België en de Elbe in Duitsland. De oudst opgegraven akker in noordwest Europa werd bij Urk gevonden en hoort ook bij deze cultuur.

De Swifterbantmensen leefden van de visvangst, de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Ze visten op steur, zalm, karper, snoek, paling en meerval. Tot de jachtbuit behoorden bevers, otters, elanden, edelherten, bruine beren en watervogels. Halverwege die periode (ca. 4500 v. Chr.) leefden ze ook van de landbouw. Hoewel het gebied drassig was, groeiden er op de hogere gedeelten broekbossen, bestaande uit berken, elzen en wilgen. Op de drogere zandgronden rond Flevoland groeiden gemengde loofbossen.Op de oeverwallen werden runderen en varkens gehouden; voor schapen en geiten was het mogelijk te nat. De Swifterbantmensen kenden naakte gerst en emmertarwe, maar het is niet zeker of ze dat zelf verbouwden. Graan kon ook door ruilhandel met buren in hun bezit zijn gekomen. Het grafritueel van Swifterbant was eenvoudig. Mannen en vrouwen werden op vrijwel dezelfde manier begraven met bijzetting van grafgiften, gering in aantal en omvang. 

De Swifterbantmensen onderhielden sterke contacten met oostelijke gebieden en namen in de loop der tijd zoveel elementen uit de Trechterbekercultuur uit het gebied aan de andere kant van de grote rivieren over, dat die van henzelf daar op is gaan lijken. Dit blijkt uit de kleine vondsten als scherven en botten die zijn gedaan op Schokland. Het noorden van het deltagebied van de Rijn en de Maas blijkt dus, net als in het zuiden, een niet onderbroken neolithische bewoningsgeschiedenis te hebben gekend.  De culturen ten noorden en ten zuiden van de Rijn hebben elkaar waarschijnlijk niet veel beïnvloed. De Rijn was in die tijd een behoorlijke barrière. Toch is er wel enig contact geweest: er werd bijvoorbeeld Swifterbantmateriaal aangetroffen in de Hazendonk nederzetting en van de Vlaardingencultuur (3000 - 2800 v. Chr.) in Zuid-Holland, dat toen ten zuiden van de Rijn lag. 

Swifterbantman
Tussen 1962 en 1979 werd in Oost-Flevoland in de buurt van Swifterbant een grafveldje ontdekt met negen skeletresten, waaronder de bekende Swifterbantman. Hij moet een belangrijk man zijn geweest want om zijn hoofd droeg hij een snoer van barnstenen kralen, dat is versteende hars van naaldbomen. Men geloofde dat barnsteen de zon in zich draagt en daardoor het hart verwarmt. 
Tussen ± 3700 en ± 3500 v. Chr. hebben de Swifterbantmensen hun woongebied in Flevoland verlaten, waarschijnlijk als gevolg van de toenemende wateroverlast.

Links: gezichtsreconstructie afgegoten in een houdbare kunstof, met gezichtshaar

laatst bijgewerkt 13-02-06