1051 |
Mesopotamië - Vroege geschiedenis |
Klik hier voor het frame van de pagina |
Mesopotamië (Grieks: mesos = tussen, potamoi = rivieren, dus "het land tussen de rivieren". Het duidt het gebied aan tussen de Tigris en de Eufraat, waarvan het zuidelijke gedeelte vooral bestaat uit laagliggende moerassen en drassig land. De vrachtbare gronden van Mesopotamië liggen tussen woestijnen en bergen. Ten westen strekken zich Arabische en Syrische woestijnen uit, ten oosten rijst het Zagrosgebergte 3000 meter de hoogte in. |
|
Mesopotamië valt uiteen in twee grote gebieden. Het noorden kent een regelmatige regenval. Het zuiden, zich uitstrekkend tot de Arabische Golf (Perzische Golf) heeft van mei tot oktober te lijden onder een droge brandend hete zomer. Dit gebied, eens Soemerië geheten, is een vlakte opgebouwd uit sliblagen die de stromen aanvoerden als ze buiten hun traden. De bodem is er wel vruchtbaar, maar oogsten is enkel mogelijk door bevloeiing (irrigatie). Doordat het gebied zo vlak is, wordt het vaak door overstromingen bedreigd.
Geen mooi land: een grauwe aangeslibde vlakte met moerassen, bedekt met struikgewas en rietlanden, een keiharde bodem. In de lange hete zomer verschroeide de blakende zon alles wat groeit en de verzengende wind uit het noordwesten joeg een poederachtige stof op die je bijna doet stikken. |
![]() |
![]() |
Daarna kwam de winter met een stormachtige zuidenwind. Deze bracht af en toe een stortbui en veranderde de vlakte in een grote modderpoel. In het voorjaar als de sneeuw in de bergen in het noorden smolt, zetten de Eufraat en Tigris grote gebieden onder water. Doordat daarbij ook heel wat slib werd meegevoerd, lag de bedding van de rivier hoger dan het omliggende land en keerde de rivier na een overstroming niet altijd terug in haar oude bedding en waren er langs de zuidelijke uitlopers van de kronkelende Eufraat rivieroasen ontstaan. |
Op deze hoger gelegen vruchtbare stukken land bouwden de boeren hun nieuwe nederzettingen. De rivieren waren rijk aan vis en in de moerassen leefden tussen het riet tal van watervogels waarop de boeren jacht konden maken. In het voorjaar leverde het land voldoende voedsel voor de kudden gemzen en schapen. Dadelpalmen gedijden er goed, zelfs in de zoute grond. | ![]() |
Maar de boeren kregen ook te maken met tegenslagen. In de zomers trok de brandende zon alle vochtigheid uit de grond die daardoor zoutachtig en onvruchtbaar werd. Daarom waren de boeren genoodzaakt om irrigatiekanalen te graven om hun akkers te kunnen bevloeien. In de lentes, juist als de oogst rij was, traden de stromen vaak buiten hun oevers en liepen de akkers onder water en was de oogst verloren. Om hun akkers te kunnen beschermen tegen deze overstromingen waren de boeren genoodzaakt om dijken aan te leggen. De eerste huizen die werden gebouwd, waren gemaakt van riet, besmeerd met klei. Riet werd ook gebruikt voor het maken van rieten matten, boten, kisten om de doden in te begraven en pijlen. laatst bijgewerkt 16-02-03 |