1612 |
Neolithische culturen (ca. 6000 - ca. 3000 v. Chr.) |
-10.000 | -9500 | -9000 | -8500 | -8000 | -7500 | -7000 | -6500 | -6000 | -5500 | -5000 | -4500 | -4000 | -3500 | -3000 | -2500 | -2000 | -1500 | -1000 | 1 | 1000 | 2000 |
![]() |
De eerste grote beschaving van het Verre Oosten ontstond in China. Ze verspreidde zich zo ver dat ze bijna alle andere landen van het Verre Oosten beïnvloedde. Die cultuur ontstond onafhankelijk van een andere, want China ligt geïsoleerd van de westerse wereld door de gebergten van Tibet in het westen en door de Gobi-woestijn en de vlakte van Mantsjoerije in het noordwesten en noorden. |
China wordt beheerst door drie grote rivieren. In het zuiden stroomt de Sikiang of West-rivier. Hier heerst een tropisch klimaat. Het hele jaar door wordt er rijst gekweekt. Maar deze streek is afgesloten door de rest van China door bergen, die niet erg hoog zijn, maar wel zo goed als ontoegankelijk. Door Midden-China vloeit de Jangtsekiang. Deze streek kent hete en vochtige zomers. De korte winters kunnen er zeer koud zijn. In het noorden loopt de Hwangho (Huang He) of Gele Rivier. De naam komt van de fijne gele grond die de hooglanden bedekt waardoor de rivier stroomt en die de rivier mee naar beneden voert om hem in haar overstromingsgebied te verspreiden. Deze streek moet afrekenen met weinig en onbetrouwbare zomerregens en met lange, droge en bitter koude winters. Noordwestenwinden komende van de Gobi-woestijn waaien de grond op in zandstormen. De Gele Rivier overstroomt dikwijls, met noodlottige gevolgen: duizenden mensen verdrinken en huizen en oogsten worden weggeveegd. De gele grond is echter zo vruchtbaar dat het langs de Gele Rivier was dat China's eerste beschaving ontstond. Het verschil met andere grote beschavingen die in de geschiedenis ontstonden, is dat de Chinese beschaving nooit werd vernietigd, integendeel; zij ontwikkelde zich onafgebroken tot in de 21e eeuw. Nu en dan veroverden indringers delen van Noord-China, waar ze zich dan vestigden. Ze veranderden de Chinese leefwijze echter niet, maar namen deze over. |
|
Ca. 6000 v. Chr. werden in het vruchtbare dal van de Hwangho en haar zijdalen voor het eerst gewassen verbouwd en ontstonden de eerste dorpen en steden. Het rivierwater werd gebruikt om de gele bodem te bevloeien en zo vruchtbaar te maken. De gebruikte werktuigen waren van steen, been en hout. Steden werden omringd met muren van hang-t'u (gestampte aarde), laag na laag aangebracht en zo vast aangestampt dat vele muren er vandaag de dag nog staan. Rond 5000 v. Chr. ontdekte men het vervaardigen van aardewerk. Uit die tijd kennen we twee neolithische culturen: Yangshao en Lungshan. |
De Yangshao woonden in het westen. Zij maakten beschilderde met de hand gemaakte potten, beschilderd met geometrische patronen. Bijlen en speerpunten maakten zij van gepolijste stenen en andere werktuigen van steenafslagen. Gierst was het voornaamste landbouwgewas. Verder fokten de Yangshao varkens en honden. | ![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Linksboven: schaaltje gedecoreerd met vissen, afkomstig uit Banpo bij Xi'an, Shaanxi)
Rechtsboven: urn uit Banshan (Gansu) met het voor de Yangshao-cultuur karakteristieke spiraalvormige patroon. Links: Schaal gedecoreerd met masker in de vorm van een menselijk gezicht, afkomstig uit Banpo. Deze schaal diende als deksel van een kindergraf |
De Lungshan bewoonden de vlakten in het oosten. Hun nederzettingen waren vrijwel gelijk aan die van de Yangshao. Zij maakten zwart gepolijst aardewerk van bijzonder hoge kwaliteit, meestal zonder decoraties. De potten bezitten al de vorm van het latere typisch Chinese aardewerk. Zij gebruikten been voor het maken van pijlpunten en andere gereedschappen en gepolijste steen voor bijlen en sikkels. Zij fokten varkens, schapen, honden en runderen. In deze tijd ontstond het gebruik om beenderen te verbranden voor het doen van toekomstvoorspellingen en het begraven van de doden met het gezicht naar beneden. |
![]() |
![]() Laatst bijgewerkt: 20-08-05 |