1182

Hiëroglyfenschrift

z. ook: Egyptische taal; papyrus

Het hiërogliefenschrift van de Egyptenaren wordt ook wel beeldschrift genoemd. De naam is afgeleid van twee Griekse woorden: hiëros ‘heilig’ en ‘glypho’’in steen gebeiteld’. De Egyptische hiërogliefen zijn afgeleid van een beeldschrift. De meeste tekens kregen echter een andere betekenis. Ook kwamen er tekens om een of meer medeklinkers mee aan te geven. De Egyptenaren zijn heel dicht gekomen bij het ontwikkelen van een zuiver alfabetisch schrift, maar deze laatste stap hebben zij niet gezet.

Omstreeks 3200 v. Chr. - tijdens de pre-dynatische periode - leerden de Egyptenaren het Soemerische schrift pet pictogrammen kennen. Egyptische priesters ontwikkelden hieruit tussen 3200 en 2800 v. Chr. een geheel eigen schrift: het hiëroglyfenschrift. Het woord hier-lyphoi is Grieks en betekent: "de gebeitelde heilige tekens". Net als het Soemrische schrift bevatte dit schrift beeldtekens om begrippen en klanken weer te geven. Het picturale karakter van de hiëroglyfen wil niet zeggen dat het hier om een primitief soort beeldschrift zou gaan. Integendeel, het gaat hier om een volledig ontwikkeld schriftsysteem, waarmee dezelfde ingewikkelde taalkundige informatie kan worden overgebracht als met ons eigen alfabet.

Oorspronkelijk werd er voor elk woord een tekeningetje gemaakt. Een afbeelding van een boot betekende ook "boot". Geleidelijk werd het schrift ingewikkelder. Men ging bepaalde klanken telkens gebruiken, zoals wij ook doen met de letters van ons alfabet. Zo ontstonden er tekens voor letters. Zo verwees een liggende leeuw naar de klank "i". Eén woord kon op die manier opgebouwd zijn uit meerdere tekens. Naast klanken werden ook lettergrepen of woorden door tekens weergegeven. Zo ontstond een ingewikkeld schrift, dat alleen de tempelpriesters en schrijvers konden lezen en schrijven. Het hiëroglyfenschrift werd onderwezen aan de tempelscholen, waar jongeren vanaf hun tiende jaar terecht konden. Omstreeks 2900 voor Chr. ontstond uit het hiëroglyfenschrift een eenvoudiger schriftvorm voor dagelijks gebruik: het hiëratisch schrift.

Links: hiëratisch schrift

Nog later ontstond het demotisch schrift dat alleen diende voor officiële documenten en dat sterk vereenvoudigd was. Het bestond in feite alleen nog uit strepen. De drie schriften bleven in gebruik tot in de derde eeuw. Daarna werd het Egyptisch in Griekse letters geschreven.

Het hiëroglyfenschrift is erg wendbaar en kon zowel in regels (horizontaal) als in kolommen (vertikaal) worden geschreven. Tevens kan de richting van de tekens wijzigen, met andere woorden er wordt zowel van links naar rechts als omgekeerd geschreven. In principe schreef men niet van onder naar boven. Het kan echter wel gebeuren dat een teken onder een onder wordt geschreven, hoewel het er eigenlijk boven hoort te staan. 
Dit gebeurt dan om esthetische redenen, om een mooie vlakvulling te verkrijgen.

Om de schrijfrichting te bepalen kan het best worden gekeken naar de duidelijk herkenbare voor- en achterkant van de menselijke en dierlijke figuren. Deze tekens kijken namelijk steeds naar het begin van de tekst. De tekst moet dan tegen deze tekens in worden gelezen. (bijv. kijkt de valk naar links, lees dan de tekst van links naar rechts). 

Hoort de tekst bij een afbeelding (bijv. bij een muurschildering), dan kijkt de afgebeelde figuur naar het begin van zijn of haar tekst. De hiëroglyfen zijn in dat geval in dezelfde richting georiënteerd als de figuur waar ze bij horen. Om blanco teksstukken te vermijden werden de tekens niet achter elkaar gezet, maar bij elkaar in een vierkant gezet, zodat deze mooi werd opgevuld. De Egyptenaren schreven hun teksten doorlopend, zonder scheiding tussen de woorden en/of zinnen.

De Egyptische schrifttekens kunnen worden opgedeeld in twee categorieën: tekens met een beeldwaarde (ideogramman) en tekens met een klankwaarde (fonogrammen). Ideogrammen zijn beeldtekens die weergeven wat er voorgesteld wordt. het zijn rechtstreekse voorbeelden van een voorwerp of een actie. Maar het kunnen ook meer symbolische voorstellingen zijn, bijvoorbeeld een scepter om macht aan te duiden. Ideogrammen zijn niet geschikt om abstracte begrippen, zoals zoon, houden van of groot mee weer te geven. Hiervoor gebruikten de Egyptenaren klanktekens (fonogrammen) volgens het rebusprincipe: het weer te geven begrip klinkt als het afgebeelde teken. Het Egyptische woord voor het bezittelijke voornaamwoord zijn klinkt als het woord slang. Voor beiden wordt dan het hiëroglief voor eend gebruikt. Sommige fonogrammen vertegenwoordigen een medeklinker, andere twee of drie medeklinkers. klinkers werden in het Egyptisch niet geschreven. Het Egyptische woord voor mooi wordt geschreven als nfr. Egyptologen spreken dit nu uit als nefer, maar dit woord kan natuurlijk vroeger heel anders zijn uitgesproken, bijv. als nafoer of noefar. Er zij hiëroglyfen die één klank weergeven (eenlettertekens), hiëroglyfen die twee klanken weergeven (tweelettertekens) en hiëroglyfen die drie klanken weergeven (drielettertekens). Vele van de tweelettertekens hebben op zichzelf betekenis en staan voor afzonderlijke woorden. Vaak worden die aangevuld met een streepje, de zogenaamde ideogramstreep om aan te geven dat het bedoelde woord overeenkomt met de getekende betekenis.

Een hiëroglief kon worden gevolgd or een teken (determinatief) voor bijvoorbeeld man. Het teken voor schrijven en dit determinatief betekent dan schrijver. Met het teken schrijven en het determinatief voor boekrol wordt dan schrijven of schrift bedoeld. Aan de determinatieven is ook te zien wat afzonderlijke woorden zijn. 

Zowel het spijkerschrift als de hiëroglyfen hadden één groot probleem: je moest een heel grot aantal lettertekens kennen. Naarmate de geschiedenis vorderde, werden er steeds nieuwe hiëroglyfen bij gecreëerd. Zo evolueerde het aantal hiëroglyfen van ca. 700 in het Oude Rijk (2575 - 2134) tot meer dan 6000 in de Prolemaïsche periode (305 - 31 v. Chr. ) Ook de Chinese taal lijdt daaraan nog met haar ruim 30.000 lettertekens. Bij de Egyptenaren waren de schrijvers belangrijke personen en genoten ook heel wat voordelen. De kennis en de macht die erbij hoorden bleven in een kleine bevoorrechte groep.

De vroegste hiëroglyfen vinden we terug in de vorm van korte verklarende teksten op stenen voorwerpen en aardewerk. De laatst dateerbare inscriptie in dit schrift vinden we terug op de tempel van Philae in 394 n. Chr. 

Tijdens de veldtocht van Napoleon in Egypte (mei 1798 - oktober 1799) werd de Steen van Rosette ontdekt toen soldaten hun verdedigingsgordel uitgroeven. Deze steen is zo groot als een tafelblad en bevat drie soorten schrift, waaronder het Grieks. 

Pas in het begin van de vorige eeuw ontdekten de Zweed Akerblad en de Fransman Champollion de sleutel tot het uiterst ingewikkelde hiërogliefenschrift. Sindsdien kan men lezen wat er op al die wanden en kisten in de grafkamers geschreven staat, zij het met moeite. Naast hiërogliefen op steen, schreven de Egyptenaren ook al op een soort papier. Van papyrusriet, dat overal in de moerassen groeide en waarvan touw, sandalen, manden en boten gemaakt werden, werden rollen papyrus gewalst. Elke farao kreeg zo'n papyrusrol mee in zijn graf. In dit dodenboek stond hoe hij moest handelen in het dodenrijk. 

De oudste tot dusver gevonden hiëroglyfen werden gevonden in Abydos. Ze worden gedateerd op 3400 v. Chr. Het gaat om beschreven, ivoren labels van wijnkruiken en andere goederen, bijgezet in koningsgraven. De veronderstelling dat het Egyptische schrift geïnspireerd is op Mesopotamische voorbeelden is daarmee twijfelachtig geworden.

In 1998 werden hiëroglyfenteksten gevonden in een graftombe van een Egyptische koning in Zuid-Egypte.  Zij zijn gedateerd op ± 3200 v. Chr. of nog ouder. Eén tekst kon worden ontcijferd. Er stond: "Berg van Licht". 

laatst bijgewerkt: 07-02-03

colofon