1214 Chepri - Chnoem - Chonsoe - Edjo - Geb - Hapi - Heh - Heket - Hy - Isis - Joh
Chepri (Kheper, Khepiri, Khepra, Khepri, Khepiry) was de zonnegod als schepper in de gedaante van een scarabee. Dit was de naam die de zonnegod kreeg als hij aan het begin van de dag aan de horizon verscheen. Zijn naam betekent "schepper".
Chnoem was een oude scheppergod. Hij werd vaak afgebeeld als ram of als mens met een ramskop. Hij was nauw verboden met het ontstaan van alle levende wezens. Op een pottenbakkersschijf maakte hij hun lichamen en ka-zielen, die hij vervolgens naar de schoot van de moeder zond. Hij werd samen met de godin Heket (met de kikkerkop) beschouwd als de helper bij de geboorte.

In de Oudheid was het eiland Elephantine het centrum van de cultus van Chnoem, die waarschijnlijk behoort tot één van de oudste goden van het Egyptische pantheon. Waarschijnlijk werd hij beschouwd als een soort beschermgod van de Koninklijke troon. 

Reeds in het Middenrijk wordt Chnoem in Elephantine verbonden met Re, die andere grote scheppingsgod, tot de vorm Chnoem-Re. Deze oude godheid werd reeds zeer vroeg opgesplitst in een veelvoud gelijknamige, maar lokaal te onderscheiden verschijningsvormen. Te Elephantine vormt Chnoem vanaf de regering van Sesostris l (12e dynastie) met de godinnen Anoekis en Satis een triade die wordt beschouwd als de “brenger van het Nijlwater” (de overstroming) en aldus als “gever van vruchtbaarheid”, wat natuurlijk ook weer in verband te brengen is met de schepping. De tempel van Esna ten zuiden van Luxor was aan Chnoem gewijd.  

Rechts Chnoem, reliëf in de tempel van Esna (fotp Bert W., 2009)

Chonsoe (Chons) was de zoon van Amon en Moet. Hij werd afgebeeld als een mummie met zijlok en maansymbool op het hoofd. Hij werd ook wel de wandelaar of reiziger genoemd, omdat hij 's nachts de hemel doorliep. Als de zon van de nacht werd hij ook met een valkenkop afgebeeld. Hij werd vereerd als orakelgod en als beschermer tegen ziekten.
Edjo (Wadjet, Wadjyt, Wadjit, Uto, Uatchet) was de cobragodin uit de Nijldelta. Zij had de vorm van een slang of van een vrouw met de rode kroon van Neder-Egypte. Ze werd afgebeeld als de ureus-cobra die de farao op zijn voorhoofd droeg en wier dreigende houding de koning tegen vijanden moest beschermen.

Rechts: Osiris en de cobra godin Edjo (links)

Geb was een door Atoem geschapen aardgod. Samen met Noet (hemel), Sjoe (lucht) en Tefnoet (vochtigheid), vormde hij de ruimte, waarin de zonnegod de tijd in beweging kon zetten. Hij stond als eerste heerser op aarde voor rechtmatigheid van het goddelijk koningsschap. Hij was verantwoordelijk voor het scheppen van het water en de vegetatie. Hij kon de vorm aannemen van een gans (de grote Gakker) en zou verantwoordelijk zijn voor het leggen van het ei, waaruit de zon is geboren. Hij wees in het tribunaal van Horus en Seth de eerstgenoemde aan als wettige opvolger van Osiris. Dit had tot gevolg dat in de toekomst alle farao's Geb aan hun zijde moesten hebben om de wettelijke troon te kunnen betreden.

Afbeelding van de goden Geb en Horus in de tombe van Twosret en Setnakhte, in de Vallei der Koningen.

Hapi was een Nijlgod en een van de zonen van Horus. Hij stond voor de vruchtbaarheid van Egypte door de overstromingen van de Nijl. Hij werd afgebeeld als een weldoorvoed man met vrouwelijke brosten en een kroon van papyrus- of lotusplanten.

Heh was de god van de oneindigheden. Hij droeg de kroon die het Egyptische telwoord miljoen symboliseerde. Hij droeg een ingesneden palmtak, die de jaarrekening symboliseerde en op talloze gelukkige jaren van koninklijke heerschappij wees. Hij verscheen nooit als afzonderlijk individu, maar vormde meestal een groep me andere Heh's.

Heket was een van de beschermsters van de zwangerschap en de geboorte. Ze werd afgebeeld met een kikkerkop. Ze was verbonden met Osiris en Chnoem, die op zijn draaischijf zijn eerste mensen maakte. Zij schonk ze het leven en was verantwoordelijk voor de schepping van alle levende wezens. In de piramidenteksten hielp ze de koning op zijn reis langs de hemel.

Hy was de god van de muziek. Hij werd in Dendra vereerd als de zoon van hathor en Horus.

De godin Isis, was de moedergodin, zuster en echtgenote van Osiris, moeder van Horus. Zij werd met de hiëroglief van haar naam-troon of met koehoorns en zonneschijf op het hoofd afgebeeld. Ze vertegenwoordigde de koninklijke macht die ze als gemalin van Osiris had opgenomen en als moeder van Horus weer tevoorschijn bracht. Zo verbond ze het aardse leven met het hiernamaals en was tegelijkertijd doden- en moedergodin. Ze werd in het hele land vereerd. Ze was ook een beschermgodin die magische krachten bezat.

De god Joh was de belichaming van de maan. Op zijn hoofd droeg hij een maanteken, de schijf en sikkel. Dit werd ook vaak door het maankind Chons als hoofdtooi gedragen. Hij was een oergod en werd nooit in een menselijke gedaante afgebeeld, maar als verschijningsvorm van de sterren.

Laatst bijgewerkt: 01-02-07

colofon